Pensioenakkoord 2020: Wat betekent het voor jou?

Het pensioenakkoord: het heeft maar liefst 12 jaar geduurd, maar hij is er. Maar hoe verandert ons pensioen nu? In dit blog leggen we de vijf belangrijkste veranderingen uit.

Vragen die anderen ook hebben…

Klik op een vraag en stel ‘m direct kosteloos en snel in onze chat!

pensioenakkoord
Photo provided by pexels.com

1. De AOW-leeftijd stijgt minder snel

De AOW-leeftijd gaat tot 2025 in stappen omhoog van 65 naar 67 jaar. Vanaf 2025 is de stijging van de AOW-leeftijd afhankelijk van de levensverwachting van de inwoners van Nederland.

Hoe deze stijging verloopt is vastgelegd in een wet. Deze wet regelt dat de regering vanaf 2016 jaarlijks moet vaststellen wat over vijf jaar de AOW-leeftijd is. In de wet staat een formule om uit te rekenen wat de verhoging moet worden. In het Pensioenakkoord 2019 is afgesproken dat de stijging minder snel gaat dan eerder afgesproken. Vanaf 1 januari 2020 ziet de stijging er zo uit:

  Huidige AOW-leeftijd AOW-leeftijd in het pensioenakkoord
2020 66 jaar + 8 maanden 66 jaar + 4 maanden
2021 67 jaar 66 jaar + 4 maanden
2022 67 jaar + 3 maanden 66 jaar + 7 maanden
2023 67 jaar + 3 maanden 66 jaar + 10 maanden
2024 Vanaf 2024 stijgt de AOW-leeftijd 1 op 1 mee met de stijging van de levensverwachting in Nederland. 67 jaar
2025 Nog onbekend Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd 8 maanden voor elk jaar dat iemand naar verwachting langer leeft

Natuurlijk is deze verandering niet gratis: de kosten voor de overheid worden nu geschat op zo’n € 5 miljard.

2. Pensioenfondsen: pensioen beweegt mee met de economie

Vroeger werden pensioenen vaak in januari verhoogd, zodat de uitkering mee zou stijgen met de prijzen in de winkels. Dit heet indexatie. Maar bij de meeste pensioenfondsen is dat sinds 2008 niet meer gebeurd.

De pensioenfondsen willen hun pensioenen aan kunnen passen, afhankelijk van de economie. Draait de economie goed, dan moeten pensioenfondsen sneller hun pensioenen kunnen verhogen. En in slechtere tijden moeten pensioenen ook kunnen worden gekort.

Wanneer stijgen de pensioenen dan?

In het pensioenakkoord is voorgesteld om de pensioenen te laten stijgen als de dekkingsgraad 100% is. Vroeger moest de dekkingsgraad minimaal 110% zijn.

Wat is de dekkingsgraad ook alweer? De dekkingsgraad geeft aan of een pensioenfonds genoeg geld heeft om álle beloofde pensioenen te betalen. Zowel de pensioenen die nu uitgekeerd worden, als die van de toekomst.

Wat is de dekkingsgraad en waarom is het belangrijk voor mijn pensioen?

Hoe hoog is de dekkingsgraad van jouw pensioenfonds? Dit vind je hun website:


En wanneer worden de pensioenen gekort?

Een andere afspraak in het pensioenakkoord is  om de rekenrente nog meer afhankelijk te laten zijn van de markt. In de huidige economie is deze rekenrente flink gedaald. Bij een lage rekenrente is het voor pensioenfondsen lastiger om de dekkingsgraad op peil te houden. En dan is de kans groot dat er te weinig geld in de pot zit om alle pensioenen uit te keren Meer lezen over rekenrente? Klik naar de Pensioenfederatie.

3. Combinatie van een persoonlijk en collectief pensioen

Het pensioen gaat, volgens het pensioenakkoord, uit twee delen bestaan: een persoonlijk deel en een collectief deel.

Voor je persoonlijke pensioen bouw je pensioen op in een ‘persoonlijk vermogen’. Daarnaast wordt een deel van jouw pensioenpremie wordt in een collectieve pensioenregeling gestopt. Hierin bouw je pensioen op in een gezamenlijk vermogen met deling van risico’s. Bijvoorbeeld het risico op vroeg of juist laat overlijden en het risico op arbeidsongeschiktheid. Hierdoor blijft een levenslang pensioen, een nabestaandenpensioen en een arbeidsongeschiktheidspensioen mogelijk.

Op dit moment betalen de meeste werknemers in Nederland dezelfde premies als zijn/haar collega’s. Daar krijgen zij evenveel pensioen voor terug. Dat is eigenlijk gek, want het geld van een jonge werknemer kan veel langer renderen en belegd worden dan die van een oude werknemer. En dus zou een jonge werknemer voor hetzelfde pensioen veel minder hoeven te betalen. In dat geval betalen jonge werknemers dus ook flink mee aan het pensioen van de oude werknemers. Dat is oneerlijk, vindt men.

In het pensioenakkoord wordt voorgesteld dat iedereen dezelfde premie blijft betalen als zijn/haar collega’s. Maar een jonge werknemer krijgt daar dan wel meer pensioenopbouw voor terug dan een oude werknemer. Het wordt dus steeds belangrijker om vanaf jonge leeftijd al pensioen op te bouwen. Er zal ook worden onderzocht hoe dit gestimuleerd kan worden.

4. Een deel van je pensioen opnemen

Iedereen krijgt straks de mogelijkheid om een deel van het opgebouwde pensioen op de pensioeningangsdatum op te nemen. Er geldt een maximum van 10% van het door hen opgebouwde pensioen. Bijvoorbeeld om de hypotheek af te betalen, een reis te maken of het huis te verduurzamen. Mensen die niet in een pensioenfonds zitten maar zelf voor hun pensioen sparen krijgen ook de keuze om maximaal 10% pensioen op te nemen.

5. Makkelijker eerder met pensioen (bij zware beroepen)

Werkgevers en werknemers moeten in de komende vijf jaar afspraken maken over vervroegd pensioen. Samen bepalen zij om welke beroepen het gaat. Het kabinet helpt door de boete op vroegpensioen (RVU-heffing) aan te passen.

De verhoging van de AOW-leeftijd is niet in alle beroepsgroepen haalbaar. Vooral de AOW-leeftijd van zware beroepen kunnen niet eeuwig meestijgen met de levensverwachting. Daarom komt dit pensioenakkoord met een aantal maatregelen:

  1. Werkgevers krijgen minder snel een boete voor vroegpensioen (RVU-heffing). Als je niet meer dan 3 jaar voor je AOW-leeftijd met vroegpensioen gaat en maximaal € 19.000 bruto per jaar ontvangt van je werkgever, wordt er geen boete berekend. Daardoor wordt het makkelijker om 3 jaar eerder uit dienst te gaan. Cao-partijen mogen in hun eigen sector zelf een regeling hiervoor ontwikkelen.
  2. Het kabinet stelt 800 miljoen euro beschikbaar om werken tot de AOW-leeftijd gemakkelijker te maken. Denk hierbij aan om- en bijscholing, loopbaanbegeleiding of generatieregelingen.
  3. Regelingen voor verlofsparen worden verbeterd, zodat je kan sparen voor vervroegde pensionering.
  4. Er wordt onderzocht hoe onregelmatigheidstoeslag en ploegentoeslag kan worden omgezet in individuele vrijwillige pensioenopbouw om eerder te stoppen. Ook wordt onderzocht of het stoppen met werken niet meer gekoppeld kan worden aan de AOW-leeftijd, maar bijvoorbeeld aan het aantal gewerkte dienstjaren. Bijvoorbeeld na 45 werkjaren.

Belangrijk! Het nieuwe pensioenakkoord is er nog niet

Het kabinet moet nu nog een wetsvoorstel gaan maken om de pensioenwet aan te passen.  Als de Tweede Kamer en de Eerste Kamer hiermee instemmen, gaat de nieuwe pensioenwet in. Dan moeten pensioenfondsen en verzekeraars hun (administratie)systemen aanpassen. De verwachting is dat de nieuwe regels voor pensioen gaan gelden vanaf 1 januari 2022.

De wet die het minder snel stijgen van de AOW-leeftijd regelt is inmiddels aangenomen en geldt vanaf 1 januari 2020.

Nog even geduld dus..

Heb jij een vraag over je pensioen? Stel ‘m aan onze gidsen op Kandoor.nl.

Dit blogartikel is up-to-date tot 16 januari 2020 en tot stand gekomen door een samenwerking tussen: 

Marc Smellink (Coördinator en relatiebeheer bij pensioenuitvoerder PGB, Gids bij Kandoor)
Rosemarie van der Velden (MPLA, senior pensioenadviseur, gids bij Kandoor)
Pim Wijers, Lisanne van Ruiten, Suzanne van Remmen, Zenno Cornelisse (Kandoor.nl) 

 


Wij doen ons best om correcte en actuele informatie te geven. Ondanks constante zorg en aandacht is het mogelijk dat informatie die wordt gepubliceerd onvolledig of onjuist is. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor onjuiste of onvolledige informatie. Ook aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor een verkeerd gebruik of verkeerde interpretatie van de informatie in de blogs.

Heeft deze blog je geholpen?